Recept voor de Echte Marmelade
Marmelade maken is echt een weekend-project want het bereiden spreidt zich uit over twee dagen. Prachtig amberkleurige gekaramelliseerde marmelade. De Sevilla sinaasappels zijn alleen verkrijgbaar in januari, misschien begin februari, van elk jaar. Ze zijn perfect geschikt voor de bitterzoete marmelade, maar als sinaasappel absoluut niet te eten. Weinig vruchtvlees en nog minder sap en zeeeer zuur. Je bent er even zoet mee, maar het recept leidt echt tot een fantastisch resultaat.

Dit heb je nodig
1,5 kilo Sevilla sinaasappels
2 onbespoten citroenen
2 kilo suiker
3,5 liter water
Zo maak je de marmelade
Dag een: Was de sinaasappels en citroenen even en leg ze in een jampan of andere grote, diepe pan. Voeg 3,5 liter water toe en breng het geheel aan de kook. Dek de pan nu goed af met alu-folie zodat er geen vocht kan ontsnappen. Laat het fruit zo 3 uur lang zachtjes doorkoken.

Haal de pan van het vuur en laat zo ver afkoelen dat je de vruchten makkelijk beet kunt pakken. Haal ze uit het vocht en leg ze in een vergiet boven een kom. Snijdt de sinaasappels doormidden en haal al het vruchtvlees, inclusief pitten eruit. Doe dit ook met de citroenen, maar gooi hiervan de schil weg. Doe al het vruchtvlees met pitten in een ruime kookpan en voeg hier 550 ml van het kookvocht uit de jampan aan toe. Laat dit 10 minuten op een matig vuur borrelen. Giet nu de inhoud van de pan in een kom met daarop een zeef waarin je fijn kaasdoek hebt gelegd. Laat het een tijdje uitlekken. Terwijl dit afkoelt, snijd je de overgebleven sinaasappelschillen in mooie reepjes. Bepaal zelf hoe dik en hoe veel. Doe de reepjes terug in de jampan.
Als de vruchtenpulp genoeg is afgekoeld dan pak je de hoeken van het kaasdoek bij elkaar. Draait het doek tot een bal en knijp nu zo hard als je kunt tot je alle waardevolle pectine uit de pulp hebt en je in het kaasdoek alleen nog de redelijk droge vellen en pitten over hebt (die kun je weggooien) De pectine gaat bij het vocht en de schillen in de jampan. Dek de pan af met folie of een theedoek en laat het geheel zo een nacht staan.

Dag twee: Doe 2 kilo suiker in een grote ovenschaal en plaats deze 10 minuten in de oven op 170 C. Verwarm de inhoud van je jampan en voeg de warme suiker toe zodra het vocht in de pan ook op temperatuur begint te komen. Roer met een houten lepel op een zacht vuur totdat de suiker goed is opgelost (nog niet laten koken). Breng de marmelade nu aan de kook en laat ze zachtjes bubbelen (bij elkaar ongeveer 3 uur!) totdat je een mooie diep amberkleurige jam hebt. Je kunt testen of de marmelade goed is door de schotelproef te doen. Leg na 2,5 uur een paar schoteltjes in de koelkast.

Test of je de juiste consistentie hebt gereikt door een theelepeltje jam op het koude schoteltje te scheppen. Zet het nog een minuutje in de koelkast en kijk dan of de jam oprimpelt als je er met je pink tegenaan duwt. Als dit niet het geval is kook je nog even door en test je weer na 15 minuten. Is de marmelade perfect laat haar dan nog een half uur afkoelen in de jampan. Doe de marmelade in goed gesteriliseerde potten en sluit meteen goed af. Misschien ben je net zo verbaasd als ik over het aantal mensen in je buurt dat marmelade lekker vindt!